Als je te vlug vergeeft

Ken je dat? Iemand doet je pijn, maar jij vergeet het van zodra hij/zij weer lief voor je is? Je bent goed in vergeven, misschien wel té goed? Natuurlijk is er niets mis met positief in het leven staan en anderen een kans geven. Maar soms komt vergeven voort uit angst. Soms is het een manier om iets heel pijnlijks niet te hoeven aankijken. Een vorm van zelfverloochening, waarmee je je eigen geluk saboteert.

Mensen die vlug vergeten wat een ander hen heeft misdaan zodra die weer aardig tegen hen doet, ervaren cognitieve dissonantie. Dat is een moeilijke term voor een innerlijk conflict, waarbij jouw gedrag niet overeenstemt met wat er werkelijk in je omgaat. Vaak is het een reactie op trauma: iemand doet jou iets verschrikkelijks aan en toch breng je begrip op voor de dader. Niet zelden omdat je afhankelijk van hem bent. In extreme mate sympathiseer je zelfs met de dader. Het Stockholmsyndroom, waarbij een gijzelaar warme gevoelens ontwikkelt voor zijn gijzelnemer, is daar een goed voorbeeld van. Later kan je dit gedrag dan blijven herhalen in minder beladen situaties: je verlaat telkens je eigen beleving om je in de ander in te leven.

Zelf-gaslighting
De Britse psychotherapeut Ray Freeman – gespecialiseerd in emotioneel misbruik – noemt cognitieve dissonantie een vorm van zelf-gaslighting. Jouw verstand herschrijft het gebeurde zodat je geen onoverkomelijke emoties hoeft te doorvoelen en daarom ook geen lastige waarheden moet aankijken. Er is geen confrontatie, geen conflict. Je hoeft niks te ondernemen. De relatie met de ander kan gewoon voortgezet worden. Deze vorm van zelf-gaslighting is een (onbewuste) poging om een veiligheidsgevoel te creëren, om jezelf te troosten en te sussen. Net zoals je als kind misschien wel leerde om, telkens wanneer je ontwaakte uit een enge nachtmerrie, alsnog een fijner, alternatief einde voor die droom te verzinnen. Maar bij zelf-gaslighting gaan het niet om échte veiligheid. Het is schijnveiligheid. Je maakt jezelf wijs dat er niets aan de hand is, terwijl dat in werkelijkheid juist wél zo is. Zo creëer je dus (onbewust) een nog grotere onveiligheid voor jezelf, omdat je niets onderneemt om herhalingen te voorkomen.

Ik herken deze cognitieve dissonantie alvast bij mezelf. Dat ik redelijk veel heb meegemaakt, maakt me empathisch en begripvol – al zit mijn hoogsensitiviteit daar ook voor iets tussen. En omdat ik me zo makkelijk in anderen kan inleven, relativeer ik nog te makkelijk rode vlaggen. Soms negeer ik die alarmsignalen zelfs volledig, omdat ik niet bezig ben met mijn eigen noden en enkel de behoeftes van de ander zie. Ik leerde dan ook als kind al dat de wil van anderen belangrijker was dan de mijne: ik was het slachtoffer van allerlei grensoverschrijdend gedrag. Intussen heb ik al veel trauma geheeld en voel ik mijn grenzen en behoeftes veel duidelijker. Ik kan voor mezelf opkomen. In romantische relaties heb ik sowieso geen last meer van rode vlaggen-blindheid omdat ik al meer dan tien jaar gelukkig ben met mijn man. In vriendschappen en professionele relaties gebeurt het ook beduidend minder, maar helaas komt het wel nog steeds voor. Ook wel omdat ik niet te snel met mijn oordeel wil klaarstaan en mensen graag het voordeel van de twijfel gun. Tegelijk voel ik het vaak al heel snel dat er iets niet klopt. En als ik dat negeer, breekt me dat zuur op, want op een bepaald moment wordt het schadelijke gedrag zo uitgesproken, dat ik er echt niet meer omheen kan. Dat betekent uiteraard dat ik gekwetst word, verraden, in de steek gelaten of vernederd. Alsook dat ik een lastige beslissing moet nemen, zoals een grens aangeven, het conflict aangaan of de relatie zelfs stopzetten. En een grens aangeven doe je niet door hem te benoemen – dan smeek je om respect en sta je zwak – enkel door je ernaar te gedragen. Dat ik tegen beter weten in nog te vaak mijn intuïtie negeer of zelfs vergeet te raadplegen, komt voort uit een vorm van afhankelijkheid. Ik verlang op die momenten te veel naar verbinding, hulp, het beste in de ander, om de realiteit te willen zien. Soms gaat het zelfs om valse hoop: “Als ik maar hard genoeg mijn best doe, dan wordt deze relatie wel goed.” Terwijl je elke tango met z’n tweeën danst…

Schaamte om wie je bent
Cognitieve dissonantie ontstaat meestal omdat je als kind opgroeide in een omgeving waar de liefde voorwaardelijk was. Soms kreeg je wél de warmte, aandacht en verzorging die je nodig hebt, dan weer niét. Het was grillig en onvoorspelbaar. Daardoor ervaarde je (onbewust) een voortdurende onveiligheid, een vergrote afhankelijkheid én raakte je zelfs verslaafd. Want op de momenten dat die liefde er wel was – de highs – kwamen er allerlei fijne stofjes in je lijf vrij. Maar tijdens de lows – als de liefde weer wegviel – gaapte het tekort aan die stofjes en ging je smachten je naar een nieuwe high. Het gevolg is dat je (onbewust) leerde om liefde te verdienen, met gedrag dat je omgeving goedkeurde en beloonde. Zo ontwikkelde je een aangepaste persoonlijkheid in plaats van je authentieke zelf. En daardoor ging je de schuld voor bepaalde zaken op je nemen, zaken die de verantwoordelijkheid van anderen waren en waartoe jij als kind niet was uitgerust. Op die manier deed je als kind veel faalervaringen op en ontwikkelde je toxische schaamte: schaamte om wie je bent. Daardoor werd het nog makkelijker om jezelf de schuld te geven in plaats van toe te geven waar je omgeving in gebreken bleef. De pijn die anderen je deden, overschilderde je met Tipp-Ex. Omdat die overlevingsmethode werkte en je geen alternatief aangereikt kreeg, bleef je die toepassen. Dat doe je nu als volwassene nog steeds. Je bent dus niet alleen maar vergevingsgezind; je negeert je eigen binnenwereld deels of volledig, net zoals die destijds door je omgeving werd genegeerd. En op een dag werkt die overlevingsmethode niet meer voor je, maar tegen je. Je komt in de problemen, wordt ziek, raakt opgebrand of depressief, voelt je eenzaam en verloren. Dat is een uitnodiging om op zoek te gaan naar een gezondere vorm van coping, een betere zelfzorg.

De valkuil van empathie
Dat je als volwassen persoon moeite hebt met een ander veroordelen, kan zeker voortkomen uit een diepgewortelde, cognitieve empathie. Je hebt een groot verstandelijk begrip van de menselijke psyche, als de ander over je grenzen gaat, snap jij waar dat gedrag vandaan komt. Je doorziet de drijfveren, het trauma, de pijn en het lijden van de ander. Je ziet ook zijn angsten, tekorten en overlevingsmechanismen, zijn onbewustheden, misschien zelfs zijn opgeblazen ego dat een moeilijke kindertijd verraadt. Wellicht begrijp je het zo goed omdat je het zelf (deels) ook hebt meegemaakt. Omdat je weet wat lijden is. Hoe kan je je dan blindstaren op iemands gedrag als je de laag daaronder ziet? Hoe kan je iemands behoeftige innerlijke kind verwensen? Hoe kan je enkel stilstaan bij je eigen pijn als je ook de pijn van de ander ziet? Cognitieve empathie is een teken van grote emotionele intelligentie, maar het kan zowel voor als tegen je werken. Als je je empathie vooral inzet voor de ander en te weinig voor jezelf, dan wordt het een valkuil. Je beschermt je je grenzen niet, geef je energie en kracht weg, en staat daardoor herhalingen van ongezond gedrag toe. Zet je deze empathie juist ook voor jezelf in, dan stelt dit je in staat om op een krachtige manier voor jezelf op te komen, vanuit rechtvaardigheid en diplomatie. Zo bescherm je niet alleen jezelf maar bewijs je ook de ander een gunst: jouw grens voorkomt niet enkel jouw slachtofferschap maar ook zijn daderschap.

Een reden waarom sommige mensen – veelal (hoog)sensitieve mensen – hun empathie meer voor de ander inzetten dan voor zichzelf, is toxische loyaliteit. Dat is een buitenproportionele loyaliteit aan anderen, die dient om de eigen emoties niet te hoeven voelen en schijnzekerheid te ervaren. Je verraadt jezelf, om toch maar niet in de steek gelaten te worden. Merk je dit patroon bij jezelf op, dan kan je wel leren gaandeweg om je empathie anders in te gaan zetten. Empathie is erkennen wat er in de ander omgaat en daar correct op reageren. Empathie is geen synoniem voor jezelf wegcijferen en andermans verantwoordelijkheden op je nemen. Je kunt perfect iemands drijfveer begrijpen en toch nee zeggen. Je kunt aanvoelen wat er in iemand omgaat, zonder die emoties als een excuus voor zijn gedrag te gebruiken. Het is niet omdat je snapt waar gedrag vandaan komt, dat je het ook automatisch moet goedkeuren.

Impact op je leven
In tegenstelling tot emotionele empathie, waarbij je aanvoelt wat de ander voelt – is cognitieve empathie een verstandelijke tool. Je hebt kennis en inzicht over wat er speelt. Dat kan ook aangemoedigd worden door een overlevingsmethode: getraumatiseerde mensen trekken zich vaak in hun hoofd terug, omdat hun lichaam de klankkast is van hun emoties en ze die liever niet willen voelen. Overthinken, te veel over iets nadenken in de hoop het te vatten, wordt dan een manier om een gevoel van grip, van controle te krijgen. En hoe intelligenter je bent, hoe beter je kunt overthinken. Voor je het weet staan er een honderdtal tabbladen open in je hoofd en voel je niet meer hoe kwetsend het gedrag van die ander voor jou was, hoe je maag samentrekt, je buik verkrampt, de bal in je keel voorkomt dat je iets zou zeggen. Door jezelf in je ratio terug te trekken kan je je van je emoties loskoppelen en het gedrag van de ander alsnog goedpraten. Je onderhandelt met jezelf: zo heeft die persoon dat vast niet bedoeld en wat de buurvrouw heeft meegemaakt is veel erger. Op die manier is cognitieve empathie een instrument voor zelfsabotage, want je emoties verdwijnen niet. Omdat ze niet doorvoeld en geuit worden, hopen ze zich op in je systeem en beïnvloeden ze vandaar je levenskwaliteit, gedrag, keuzes en relaties.

 

De beste manier om dit patroon bij jezelf te doorbreken is om alsnog je emoties te leren voelen. Om daar bewust op te leren afstemmen en ze te laten komen, zodat ze je systeem verlaten. Emoties komen je ook iets vertellen, over jezelf, wie je bent, wat je nodig hebt, wat jou oplaadt en gelukkig maakt. Onderdruk je ze, dan verlies je je navigatiesysteem. Vind je het nog te moeilijk om bij je emoties te geraken, of is het allemaal nog te veel, dan kan je een tussenstap overwegen: je zet dan je verstandelijke kwaliteiten vaker in voor je eigen welzijn. Je bent steengoed in het duiden van de beweegredenen van de ander. Maak die oefening dan ook voor jezelf. Verdiep je in jezelf. Som op waar jouw emoties en behoeftes vandaan komen. Wat wil jij, voel jij, vind jij en heb je nodig? Staaf deze conclusies met evenveel toewijding, en liefst nog wat meer. Je hebt het nodig dat je voor jezelf opkomt. Dat je niet snel te mompelt dat alles wel oké is, of dankbaar bent omdat die ander snel weer de toffe peer uithangt. Geef toe: “Nee, dit klopt niet voor mij. Het voelt niet goed. Het past niet bij wie ik ben. Dit is geen situatie waaraan ik me keer op keer wil blijven blootstellen, hier trek ik de lijn.” Zo heb je impact op je leven: door bewust te kiezen voor wat jou voedt en ondersteunt, en door bewust niét te kiezen voor wat jou onderuithaalt, verander je van koers.